Iedereen kan tekenen

thumb

Door te tekenen zie je meer. Dat is de gedachte achter #hiertekenen een nieuwe campagne van het Rijksmuseum. Zie je dan minder wanneer je niet tekent? vraag ik me af terwijl ik een foto neem van een meisje dat een tekening maakt van een Okapi. Het museum lijkt op dit moment meer op een dierentuin. Of op het paradijs; een leeuw en een gazelle staan namelijk gezellig naast elkaar. Deze dieren zijn er tijdelijk vanwege de tentoonstelling Frans Post. Dieren in Brazilië. Ik kijk naar de foto op mijn telefoon. Hoeveel zie je eigenlijk wanneer je een foto neemt? 

Frans Post, Jaguar, ca. 1638-1643 (N-H Archief)


Natuurlijk maakt het Rijksmuseum zich geen zorgen om ons gezichtsvermogen. Het gaat om iets anders dat zich misschien het vriendelijkst laat omschrijven als ons afnemende vermogen tot concentratie. Bezoekers rennen door de zalen, rondzwiepende selfie-sticks ontwijkend. Kunstwerken worden afgevinkt alsof het producten op een boodschappenlijstje zijn. Sinds kort bewapent het museum alle bezoekers op zaterdag met potlood en papier én een belangrijke boodschap: iedereen kan tekenen! Het gaat namelijk niet om het eindresultaat, maar om het proces. Als je tekent, zie je dingen die je nog niet eerder waren opgevallen. Zo kom je dichter bij het geheim van de kunstenaar.

Dat is nogal een belofte. Ik moet zeggen dat de tentoonstelling over Frans Post zich bijzonder goed leent voor dit experiment. De Nederlander Frans Post (1612-1680) reisde naar Nederlands-Brazilië in navolging van een gouverneur. Hij liet zich jarenlang inspireren door de lokale flora en fauna wat zich vertaalde in schilderijen die voor hoge bedragen werden verkocht in zijn thuisland. Alleen deze kleurrijke schilderijen waren bekend tot onlangs een grote groep tekeningen van dieren werd ontdekt in het Noord-Hollands Archief in Haarlem. Het zijn fascinerende kleine kunstwerkjes voorzien van enkele regels in een sierlijk zeventiende-eeuws handschrift. Zo staat boven het gordeldier: ‘smaeckt gelijck een hoen.’  

Ik vraag me af of een paar potloden en bemoedigende woorden een verschil kunnen maken. Maar het valt meteen op dat overal in het museum mensen staan, zitten en zelfs liggen te tekenen. Het is zaterdagmiddag en ik had mezelf voorbereid op selfie-stick springen, hoofden lopen en langdurig op mijn tenen staan om de kunstwerken te kunnen zien. Tot mijn verbazing is dat niet nodig. Wat ook opvalt: dit is niet alleen voor kinderen, mensen van alle leeftijden doen mee.

De tentoonstelling Frans Post. Dieren in Brazilië leent
zich goed voor het tekenexperiment.

In de tentoonstelling over Post is het druk, ik zie veel turende gezichten, fronsrimpels en woest gekras. Een kleine teleurstelling maakt zich dan ook van mij meester wanneer ik de grootste attractie op zaal zie staan: de selfie-lama. Deze einde-van-zijn-latijn-lama is oud en niet meer zo mooi. Hij is neergezet om gefotografeerd te worden. Je mag hem knuffelen, zoenen en om zijn nek gaan hangen. Dat stemt me een klein beetje verdrietig. Niet alleen omdat dit waarschijnlijk de allerlaatste dagen van (het tweede leven van) de lama zijn, maar vooral omdat selfies maken het uiteindelijk toch lijkt te winnen van tekenen. Begrijpelijk? Die selfie laat je graag aan vrienden zien, maar die tekening, tja…

 

 

 

 

 

 

 

 


Regelmatig publiceren we een blog, geschreven door een docent, medewerker, cursist of kunsthistoricus uit het veld. Deze keer een artikel van Wendy van Lith. Wendy van Lith is kunsthistorica en werkt bij het prentenkabinet van het Rijksmuseum.