De hand van de bezoeker. Henry Moore en het aanraken van kunst

thumb

In de drie jaar die ik in Engeland woonde, bezocht ik regelmatig het landgoed van de beeldhouwer Henry Moore (1898-1986) in het plaatsje Perry Green. Bij ieder bezoek werd ik door de medewerkers weer aangemoedigd iets te doen wat voor een ervaren museumbezoeker tegennatuurlijk voelt: de bronzen beelden aanraken. Op een mooie dag worden de werken warm in de zon. De schapen die tussen de beelden lopen te grazen hebben dit ook ontdekt en nestelen zich tegen het brons aan om van de warmte te genieten. De kunstenaar wilde zelf dat zijn werk werd aangeraakt, en de Henry Moore Foundation die het landgoed beheert, laat dit bij een groot aantal werken ook toe. Welke rol speelt dit aanraken in zijn werk?

Onder het motto ‘truth to materials’ (het materiaal trouw blijven) streefde Moore naar een manier van beeldhouwen waarbij vorm centraal stond. Sporen van beitels en hamers mochten zichtbaar blijven, net als de oorspronkelijke structuur en textuur van het materiaal. Inspiratie vond hij in natuurlijke vormen van bijvoorbeeld stenen, wervels en dierenschedels. Ook maakte hij, net als de beeldhouwster Barbara Hepworth (1903-1975), gaten en holtes in zijn beelden. Door de ruimte die hierdoor openbleef kon je de vorm van het kunstwerk nog beter ervaren, vonden zij.

Henry Moore in zijn atelier
De afgesleten voeten van Petrus, Sint Pieter, Rome

 

Het aanraken van de kunstwerken draagt ook bij aan die ervaring van de vorm. Je kunt je vingers laten gaan over de onregelmatigheden die op het oppervlak zijn achtergebleven. Is het brons koud of warm? Is het stevig of geeft het mee? Voelt een buiging in het materiaal net zo aan als het eruit ziet?

'Tactile experience is very important as an aesthetic dimension in sculpture. Our knowledge of shape and form remains, in general, a mixture of visual and of tactile experiences.'  – Henry Moore, 1960

Al dit aanraken laat zijn sporen achter. Op het favoriete werk van de schapen, Sheep Piece (1971-72), is een vettige laag ontstaan en glanst het brons op schaaphoogte in een lichtere tint dan daarboven. Voor het behoud van kunstwerken is aanraking schadelijk. De gevolgen zie je bijvoorbeeld in oude kastelen met uitgesleten traptreden, of in de Sint-Pietersbasiliek in Rome waar het beeld van Petrus bijna geen voeten meer overheeft. Logisch dus dat je vandaag de dag niet álle beelden op het landgoed mag aanraken.

Maar is niet juist dat langzame, natuurlijke proces van verandering trouw aan het materiaal? Door expliciet toe te staan dat zijn kunstwerken werden aangeraakt, spoorde Moore ergens ook dit proces van verandering aan. De beelden zijn geplaatst in een landschap dat steeds in beweging is. Dat zij mee veranderen maakt ze er echt een onderdeel van.

Dit artikel is geschreven door Ceri-Anne van de Geer, kunsthistorica.