Breitner: in de ban van Japan

thumb

Een westers ogend meisje in een prachtige oosterse witzijden kimono, gedecoreerd met een patroon van bloemen, liggend op een bank in een weelderig aangeklede kamer. Het schilderij ademt een onmiskenbare Japanse sfeer. Zoals vele westerse kunstenaars in de tweede helft van de negentiende eeuw in de ban waren van de Japanse kunst, liet ook de Amsterdamse schilder George Hendrik Breitner (1857-1923) zich hierdoor inspireren. Zijn liefde voor de Japanse kunst resulteerde in een serie schilderijen van kimonomeisjes.

Aangezien Breitner vooral voorstellingen van het stadsleven van Amsterdam schilderde, neemt de serie kimonomeisjes een bijzondere plaats in zijn oeuvre in. De serie, bestaande uit (voor zover bekend) dertien schilderijen, vervaardigde Breitner tussen 1893 en 1896. Het was echter niet uitzonderlijk dat Breitner zich interesseerde voor het Verre Oosten, daar in de tweede helft van de negentiende eeuw de belangstelling voor Japanse kunst in West-Europa groeide. Het zogenoemde Japonisme sloot aan bij de westerse liefde voor het Verre Oosten die enkele eeuwen eerder ontstaan was. Japan had zich echter sinds 1639 afgesloten van de buitenwereld en stelde zijn grenzen pas open in 1854. Door de komst van Japanse producten op de Europese markt, en dankzij diplomatieke en commerciële expedities, ontdeed Japan zich van al zijn mysterie. Op de Wereldtentoonstelling van 1862 in Londen en 1867 in Parijs werden Japanse voorwerpen getoond en er werden exposities over Japanse prenten georganiseerd. Vanaf zijn verblijf in Parijs in 1884, waar het Japonisme het modebeeld beheerste, was Breitner gefascineerd door Japanse kunst.

Hokusai, Fuji berg, 1830-2. Dit soort prenten inspireerden westerse kunstenaars.

Breitner begon met het verzamelen van Japanse houtsneden en kocht enkele Japanse kimono’s waarin hij een jong Nederlands model op doek vastlegde. In witte, rode en blauwe kimono’s werd ze door Breitner afgebeeld, waarbij hij haar telkens andere poses liet aannemen. Liggend op een bank, staand voor een spiegel of lezend in een boek. Het meisje is de in 1877 in Zaandam geboren Geesje Kwak, die in 1880 verhuisde naar Amsterdam.  Hier werd ze hoedenverkoopster van beroep. In 1893 maakte Breitner kennis met de zestienjarige Geesje en werd zij al snel een van zijn vaste modellen. Voor de serie met de kimonomeisjes plaatste hij een sofa in zijn atelier voorzien van kussens en oosterse tapijten. Hij liet haar hier op poseren, maar liet haar eveneens vrijelijk in de ruimte bewegen.

Breitners originele foto van Geesje Kwak en 'Meisje in rode kimono' 

Het Rijksmuseum te Amsterdam toont momenteel de tentoonstelling ‘Breitner: Meisje in kimono’. Hoewel in het verleden vaker tentoonstellingen zijn gewijd aan het geliefde thema, toont het Rijksmuseum voor het eerst de volledige serie. Slechts een van de dertien schilderijen uit deze serie, ‘Meisje in witte kimono’, behoort tot de collectie van het Rijksmuseum. Interessant is dat de tentoonstelling niet alleen de schilderijen toont, maar ook het ontstaansproces van de werken blootlegt. Breitner heeft namelijk vele tekeningen en studies in zwart krijt van het model vervaardigd, en haar eveneens gefotografeerd om de beelden later tot schilderijen uit te werken. De Japanse sfeer die deze serie schilderijen ademt, is onmiskenbaar voelbaar in de tentoonstelling en de hoeveelheid meisjes in kimono’s is haast duizelingwekkend te noemen.

Regelmatig publiceren we een blog, geschreven door een docent, medewerker, cursist of kunsthistoricus uit het veld. Deze keer een artikel van kunsthistorica Celine Ariaans