Een schone deerne of smerige verleidster?

thumb

De prostituee in de zeventiende eeuwse schilderkunst.

Prostitutie wordt vaak beschouwd als het oudste beroep ter wereld. Ook Nederland, met name Amsterdam, heeft een rijke historie omtrent dit omstreden onderwerp. Gedurende de zeventiende eeuw bereikte de prostitutie zelfs haar hoogtepunt in deze stad, veroorzaakt door een toenemend aantal schippers, een vrouwenoverschot en een grote migratiestroom vanuit de Zuidelijke-Nederlanden als gevolg van de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648). Veel zeventiende-eeuwse kunstenaars raakten geïnspireerd door het thema van de koopbare liefde. Maar hoe hebben kunstenaars deze vrouwen van lichte zeden weergegeven? Waaraan kan men een prostituee herkennen? En komt dit beeld overeen met de historische werkelijkheid? 

Er is een aantal kunstenaars dat zich heeft beziggehouden met het onderwerp ‘prostitutie’. In de werken van onder andere Gerard van Honthorst (1590-1656), Abraham Snaphaen (1651-1691) en Johannes Vermeer (1632-1675) zien we dat prostituees jonge, mooie en rijk geklede dames waren. Veelal voorzien van make-up en uitgedost in een wit hemd met daaroverheen een korset tonen deze onweerstaanbare verleidsters hun decolleté. Ook dragen zij sieraden in de vorm van gouden ringen, parelkettingen en pareloorbellen. Een ander veelvoorkomend object is de haarband met daaraan een parel en felgekleurde veren zoals te zien is op het werk Jonge vrouw met medaillon (1625) van Van Honthorst. Met haar verleidelijke lach, opgemaakte gezicht en uitpuilende borsten wijst de prostituee naar een medaillon. Hierop is een naaktfiguur bij een boom te zien met het vulgaire onderschrift: ‘wie kent mijn naers [kont] van afteren [achteren]’. Een uitspraak die zonder meer in verband kan worden gebracht met hoererij.

Honthorst Jonge vrouw

Gerard van Honthorst, Jonge vrouw met medaillon, 1625

Maar komt dit beeld van de prostituee ook overeen met de historische werkelijkheid? Uit zeventiende eeuwse bronnen blijkt dat de gemiddelde leeftijd van gearresteerde prostituees in de periode 1650-1700 tussen de 18 en 25 jaar lag. Ook het feit dat op schilderijen vrouwen van lichte zeden rijk gekleed zijn, komt overeen met de werkelijkheid. Hoerenwaardinnen eisten namelijk dat hun meiden mooi waren gekleed en make-up droegen met het oog op meer klandizie. Deze kleren werden verhuurd of op afbetaling verkocht. Aangezien veel prostituees dit niet konden betalen, hadden zij vaak hoge schulden bij hun waardin. Om die reden moesten veel prostituees hun verdiensten afstaan. 

Naast de gemiddelde leeftijd van de prostituee is ook de karakterisering van de hoerenwaardin, ook wel koppelaarster genoemd, een opvallend aspect. Volgens de beeldtraditie wordt zij namelijk vaak als een oude, lelijke vrouw weergegeven die vrijwel altijd haar hand ophoudt om het geld van de klanten in ontvangst te nemen. Op de werken van onder andere Van Honthorst, Dirck van Baburen en Vermeer is de koppelaarster op deze manier weergegeven. Uit historische bronnen blijkt echter dat deze vrouwen gemiddeld maar tien jaar ouder waren dan de prostituees. De oude, lelijke verschijning van de hoerenwaardinnen wordt dus waarschijnlijk gebruikt om het contrast tussen haar en de mooie prostituees te versterken.

Niet in alle gevallen is het echter vanzelfsprekend dat de afgebeelde scène met hoererij in verband kan worden gebracht. Met de jonge vrouw op het werk Meisje met muizenval (1682) van Abraham Snaphaen  lijkt op het eerste gezicht onschuldig.. Ze draagt echter de rijke kleding die geassocieerd wordt met prostituees. Dit beeld wordt versterkt door meerdere symbolische elementen. Zo zouden de uien en de uitgedoofde kaars rechtsonderin een fallussymbool vormen. De kruik met de opening naar voren (uterussymbool) zou een erotische lading bevatten. De muizenval en vogelkooi zijn een symbool voor de gevangen liefde. De muis en de vogel representeren de maagdelijkheid. Het laten ontsnappen van het dier kan dus worden opgevat als het verliezen van de maagdelijkheid. Al deze elementen tezamen kan men zich afvragen of Snaphaen hier een ‘normale’ jonge vrouw of prostituee heeft afgebeeld.

Snaphaen

Abraham Snaphaen, Meisje met muizenval, 1682

De besproken kunstwerken geven ons een goed beeld van hoe er in de zeventiende-eeuwse schilderkunst omgegaan werd met het onderwerp prostitutie. Er was echter wel degelijk sprake van idealisering. De schilderijen behoren tot de genreschilderkunst en de kunstwerken moesten dus dienen ter lering en vermaak. Enerzijds moesten mannen oppassen niet te vallen voor de mooie verschijning van prostituees. Velen van hen leden aan syfilis, waren werkzaam in het criminele circuit en ‘[…] al heeft een hoer een schoon gesicht, ’t is een lan teerne sonder licht.’ Anderzijds speelde humor een rol bij de vermakelijke factor.

 

Regelmatig publiceren we een blog, geschreven door een docent, medewerker, of kunsthistoricus uit het veld. Deze keer een blog van kunsthistorica Dewi Lenselink.