Een wijze les van meester Matisse

thumb

Wie de oase van Matisse wil bezoeken moet zich schrap zetten. Net zoals een bezoek aan de tropen vereist een middagje Stedelijk Museum Amsterdam een gedegen voorbereiding. Uw fysieke, mentale én sociale uithoudingsvermogen zullen op de proef worden gesteld. Maar wie deze expeditie volbrengt gaat hoogstwaarschijnlijk wel naar huis met een vol hoofd en een warm hart.

 

Het is druk in het museum en om de tentoonstelling te bereiken moet ik maar liefst drie keer in de rij staan. Een lichte teleurstelling maakt zich dan ook van mij meester wanneer ik ontdek dat het hele bezoek bestaat uit: in de rij staan. Als een lange polonaise schuifelen de bezoekers langs de werken en wie de bocht afsnijdt kan op boze blikken rekenen.

 

De tentoonstelling bestaat uit twee delen. Op de begane grond van het museum wordt het werk van Matisse getoond te midden van tijdgenoten, inspiratiebronnen en navolgers zoals Cézanne, Malevich, Picasso, Rothko en vele anderen. Deze komen uit de eigen collectie van het Stedelijk Museum. In sommige zalen wordt Matisse helaas ondergesneeuwd door zijn tijdgenoten. Dit onderstreept de zoektocht van de kunstenaar naar zijn eigen stijl, maar geeft soms ook de indruk van een langdradig en uitgesmeerd verhaal. Matisse is immers het meest vernieuwend geweest tijdens zijn laatste levensjaren waarin hij werkte met gekleurde knipsels. Deze worden pas later op de eerste verdieping getoond.

 

Ik en ontelbaar veel bezoekers slingeren door het kubistische, pointillistische en fauvistische landschap in zijn voetstappen. In zijn schaduw ontmoeten we de andere grote meesters. Het is fantastisch om zoveel dwarsverbanden te ontdekken tussen Matisse en andere kunstenaars. Maar het mes snijdt aan twee kanten. Er bekruipt me ook een ander gevoel. Op dit feestje voor Matisse zijn de andere kunstenaars slechts beleefde gasten die kort hun gezicht laten zien. Een echte verdieping van de onderlinge relaties ontbreekt en de verhaallijn berust vooral op stilistische overeenkomsten.

 

Net als Matisse tijdens zijn leven een weg zocht tussen andere kunstenaars door, klim ik over de hoofden van andere bezoekers door de zalen op de begane grond. Iedere zaal biedt een nieuwe stroming, nieuwe inspiratie en nieuw werk. Mijn hoofd raakt vol. En dan neem ik de grote in licht badende trap naar boven. Het is alsof ik, tegelijk met de kunstenaar Matisse, het licht zie. Met iedere trede ontstijg je de andere kunstenaars en bovenaan wachten de grote kleurrijke en absoluut indrukwekkende knipsels: Matisse in optima forma. In de begeleidende tekst lees ik dat hij de suggestie wilde wekken van lichte, vrolijke zorgeloosheid en warme herinneringen. De kinderlijke eenvoudigheid van de cut-outs is ontroerend, vooral wanneer je de duizende speldenprikjes ontdekt die verraden hoeveel tijd en moeite er in de composities hebben gekost. Jong en oud zijn geneigd hun neus tegen het glas te drukken. Een wand laat vier werken zien die Matisse, oud en aan zijn bed gekluisterd, op de wanden van zijn slaapkamer en met de hulp van assistentes maakte. Ik besef mij dat Matisse, toen zijn gestel hem in de steek liet en zijn wereld was gekrompen tot een slaapkamer, het meest vrij was.

 

Ook ik voel me vrij. Hierboven is meer licht en ruimte. Ik loop dan ook niet meer in een polonaise met de andere bezoekers. Commentaar van anderen, priemende vingers en gehijg in mijn nek verdwijnen. Ook Matisse is hier verlost van zijn toch wat verstikkende tijdgenoten en schittert aan de muren. Hier is hij dan eindelijk, de beloofde oase.

 

Het serene moment duurt niet lang, want een dame met een rollator rijdt over mijn teen. Maar waar ik beneden nog geirriteerd was geweest is daar nu geen reden meer voor. Dat komt door een citaat van Matisse naast zijn beroemde Parkiet en de Zeemeermin.  “Ik heb voor mezelf een kleine tuin om me heen gemaakt, waarin ik kan wandelen.“  Hij maakt mij hiermee duidelijk dat de oase waar we met z’n allen zo haastig naar op zoek zijn alleen onstaat wanneer je hem zelf creëert. In je kamer door knipsels, kunst of slingers op te hangen, of in je hoofd door op de mooie en lieflijke dingen in het leven te letten. Waar in de benedenzalen mijn hoofd werd volgestopt met kunsthistorische feitjes was er bovenin alleen deze belangrijke les. Matisse leek opeens een beetje op Boeddha en moedigde me aan de wereld te accepteren zoals hij is, mét hordes geïrriteerde, drukke en praatgrage museumbezoekers.

 

Deze blog is geschreven door Wendy van Lith. Zij is kunsthistorica.

Wilt u ook een keer een gastblog schrijven over een onderwerp gerelateerd aan de kunstgeschiedenis? Neem dan contact met ons op via info@klu.nl o.v.v. gastblog!