Mondriaan onbegrepen

thumb

Kunstrecensies zijn niets nieuws. Maar dat ze qua insteek veranderd zijn in de afgelopen jaren blijkt uit een mooie selectie kunstrecensies uit de Wederopbouwperiode. Hoe keek men aan tegen het werk van kunstenaars als Mondriaan, dat relatief vers van de pers kwam? En verschilt dat eigenlijk van de huidige kijk?

Kunstkritiek in de periode 1945-60 versus heden
In april van dit jaar bracht Nai010 uitgevers het boek De schilderkunst in een kritiek Stadium van Jonneke Jobse uit. De ondertitel luidt: 'Critici in debat over realisme en abstractie in een tijd van wederopbouw en Koude Oorlog 1945-1960'. Een mondvol. Jobse selecteerde 43 kunstrecensies en artikelen uit kranten en bladen uit de periode 1945-60. Deze 43 artikelen reflecteren het debat dat er toen gaande was over figuratie (gelijk gesteld aan realisme) en abstractie. De kunstkritiek van toen lijkt behoorlijk te verschillen van de huidige. In de eerste plaats was de samenleving uiteraard nog sterk verzuild en bij elke ‘zuil’ paste een krant. Zo werden de Volkskrant en De Tijd gezien als rooms-katholieke kranten, was Trouw de spreekbuis van protestants-christelijk Nederland en voer Vrij Nederland een linkse koers. De ideeën van de recensenten van deze kranten waren dus niet helemaal ongekleurd. Daarnaast werden de critici vaak sterk beïnvloed door de politiek. Zo werd bijvoorbeeld het werk van Picasso door sommigen per definitie als verwerpelijk gezien, omdat Picasso sinds 1945 lid was van de Franse Communistische Partij. Tenslotte was er een vrij strikt onderscheid tussen de kunstcritici en de kunsthistorici. De critici hadden zelden een kunsthistorische opleiding gevolgd. De recensies waren daardoor meer subjectief dan we nu gewend zijn. Het ging sterk om de persoonlijke mening en ervaring van de recensent, zeker op het gebied van mooi of lelijk.

Mondriaan, 'Compositie met kleur en lijnen III', 1937
Bart van der Leck, 'De drinker', 1919

 

Engelman over Mondriaan
Mijn aandacht werd meteen gegrepen door de eerste recensie in het boek: Jan Engelman, Piet Mondriaan en de abstracte kunst gepubliceerd in Vrij Nederland van 21 december 1946. Ik zal het meteen maar ronduit toegeven: ik ben een Mondriaan-fan. Deze recensie intrigeert me dan ook voornamelijk vanwege het onbegrip dat Engelman heeft voor Mondriaan. Een fenomeen dat ik wel eens tegenkom onder mijn cursisten. Zeker wanneer Mondriaan maar kort aan de orde komt, zoals in de Inleiding Kunstgeschiedenis. Die cursus doet Mondriaan eigenlijk geen recht aan. In vijf slides vertel ik over Mondriaan’s 'utopische ideaal van universele schoonheid en harmonie' en 'reductie van de zichtbare werkelijkheid'  en dat gaat er niet bij iedereen even makkelijk in. Mooi aan de recensie is dat Engelman (eigenlijk net als mijn cursisten) denkt vanuit een beginnende postmodernistische visie. De teleurstelling in het modernisme druipt er van af: Wie dacht Mondriaan wel niet dat hij was? Dacht hij echt de wereld te kunnen verbeteren met zijn kunst? Een Utopisch ideaal zichtbaar te kunnen maken? Engelman maakt op eenvoudige wijze korte metten met Mondriaan’s ‘pure vlakken’: 'Dit nu lijkt mij tegennatuurlijk en alleen maar goed voor mensen die gladde Robots zijn, clean en hard-boiled als het naarste soort Amerikaan, of snob op z’n Europeaansch.' Hij duidt het werk als 'geconstrueerde infantilisme: vrede hebben en zalig zijn bij het minimalisme van een paar lijnen en een paar gekleurde rechthoeken'.

Positiever is Engelman over Mondriaans De Stijl-collega Bart van der Leck: 'Ook van der Leck zit beeldend gesproken, in een slop, maar iedereen kan zien dat hij een veel grooter plastisch talent is dan Mondriaan'.  Deze mening lijkt simpelweg gebaseerd op het feit dat Van der Leck’s werk toch vaker figuratief en minder ‘koel’ is. Is het dan enkel de aversie voor de geometrische abstractie in z’n algemeenheid die Engelman drijft?

Mondriaan, 'Victory Boogie Woogie', 1944

 

Mondriaan leren begrijpen?
Hoe dan ook, het is moeilijk in drie regels uit te leggen wat mij nou wél aantrekt in het werk van Mondriaan. Laat ik voorop stellen dat het relatief weinig met het esthetische te maken heeft vor een groter deel met een fascinatie voor zijn theorieën. Mondriaan had zeker een ideaal voor ogen: kunst maken die voor iedereen herkenbaar, universeel en utopisch was. Of hem dat nou gelukt is (ik denk soms van niet) doet er eigenlijk niet toe. Belangrijker vind ik het om mijn cursisten waardering voor Mondriaan’s denkwijze te geven. En dat gebeurt eigenlijk meestal pas tijdens de cursus Verdieping - 8 kunstenaars waarin ik gelukkig twee uur de tijd heb ze inzicht te geven in Mondriaans idealistische gedachtegang.

 

Deze blog is geschreven door Hanneke Lenders. Zij is kunsthistorica, tevens eigenaar en docent van de KLU. Haar specialisme ligt bij de christelijke kunst, maar fascinatie trekt haar tevens naar de moderne kunst.