Kleine mollige knaapjes in Buitenplaats Sparrendaal

thumb

Putti sieren de beeldende kunst van alle eeuwen. De veelal mollige, kleine knaapjes, meestal met vleugels, zijn de randfiguren in een mythologische voorstelling of wereldlijke allegorie. Men is geneigd ze te verwarren met engeltjes, maar dat doet ze eigenlijk geen recht. Ze bestaan namelijk al honderden jaren langer dan dat het christendom oud is.

De term putto (meervoud putti) is afgeleid van het Latijnse putus, knaapje of jongetje. We zien ze dus ook al in de klassieke oudheid als kleine kinderen met vleugels die het leven van de mens zouden beïnvloeden. In de beeldende kunst van die tijd zien we ze vooral op kindersarcofagen waarop ze dansen, vechten of sporten.

Kindersarcofaag, 2e eeuw. Museum Pio Clementino

De ‘beroemdste’ putto uit de oudheid is bovendien natuurlijk Eros of Cupido, de god van de liefde. In het vroege christendom werd dit heidense beeld overgenomen om engelen weer te geven. De engel groeide pas in de middeleeuwen uit tot een volwassene om in de renaissance weer terug te keren als een klein mollig knaapje. Sindsdien zijn ze niet meer weg te denken uit de kunst. Hun verschijning wordt tevens meer ambigue. Zijn het wereldlijke putti of toch christelijke engeltjes? Heel bekend zijn de engeltjes van Raphaël die bij meer mensen bekend zijn als zelfstandige afbeelding van schattige, neutrale putti dan in hun originele context als gezanten van Maria. Ze sieren barokke kerken en rococo-huizen. In de eerste christelijk, in de tweede wereldlijk.

Raphaël, Sixtijnse Madonna (engeltjes onderaan), 1513-14

In deze wereldlijke vorm zien we ze ook in het Buitenplaats Sparrendaal (1754) in Driebergen. Daar is, ondanks de zowel protestantse als katholieke bewoners, in de schilderingen en stucwerk geen religieuze noot te vinden. De putti werden extra geliefd in de rococo, die van zichzelf meestal wereldlijk, sterk decoratief en toch vaak een beetje zoetsappig is. De zwevende, schattige putti, met roze wangetjes en extra mollige beentjes passen hier goed tussen. Ze functioneren in Sparrendaal als personificaties van abstracte begrippen. En daar zijn putti uitermate geschikt voor. Geef ze een paar attributen en ze kunnen alle denkbare abstracte begrippen verbeelden. In Sparrendaal verbeelden ze seizoenen en de Oorlog en Vrede. Op de afbeelding hieronder zien we Winter en Zomer. De linker putto warmt zijn handjes aan een vuurkorf (Winter) en de rechter putto draagt typische attributen van het begrip zomer: een sikkel en korenaren.

Putti als Winter en Zomer, Buitenplaats Sparrendaal (1754)
Putti als Oorlog & Vrede, Buitenplaats Sparrendaal (1754)

Oorlog & Vrede is neergezet met drie putti die wapenuitrusting en een lauwerkrans dragen. Het geheel is in wit stucwerk neergezet, maar lijkt desondanks toch beïnvloed door de meester van de Franse rococo Francois Boucher. Onder invloed van Franse interieurarchitecten kwam deze Franse rococo naar Nederland. 

Francois Boucher, Musicerende putti, 1768

Wilt u nu nog meer zien van het rococostucwerk en schilderingen in Sparrendaal, kom dan naar een van onze cursussen of bezoek de lezing over Sparrendaal. www.klu.nl/sparrendaal.

Deze blog is geschreven door Hanneke Lenders, kunsthistorica, docent/eigenaar KLU