08. DE VELE GEZICHTEN VAN MARIA

In het nieuwe testament is Maria slechts een schimmige figuur aan wie alleen Lucas, de meest historisch geïnteresseerde evangelist, aandacht besteedt. Mede ontstaan vanuit de behoefte om het geboorteverhaal van Christus wat meer aan te kleden, krijgt de persoon van Maria wat meer ‘gezicht’ door de in de 2e eeuw na Christus geschreven apocriefe evangelies van Jacobus en Thomas.

Toch hebben deze verhalen niet meteen invloed op de iconografie van Maria. Pas na het concilie van Efeze (431) als Maria wordt aanvaard als de Theotokos (moeder Gods), dat wil zeggen de moeder van het menselijke én tegelijkertijd Goddelijke kind, krijgt ze haar eigen plaats in de iconografie. In Byzantium ontstaan drie verschillende madonna typen die van grote invloed zijn op de vroegmiddeleeuwse Maria typen: Hodigitria, de Nikopoia en de Blacherniotissa.

In de loop der eeuwen ontstaat er een zeer uitgebreide iconografie, waarbij afhankelijk van de periode en de context Maria afgebeeld wordt als tweede Eva, maagd, bruid, koningin, middelares en niet in de laatste plaats als moeder. Bij de toenemende verering van Maria behoren ook de Maria devoties, zoals de zeven vreugden en zeven smarten van Maria.

Daarnaast bestaat er rondom de figuur van Maria een uitgebreide symboliek die ontleend is aan de flora en fauna. Aan de hand van uitgebreid beeldmateriaal zal in chronologische volgorde de boeiende iconografie van Maria in West-Europa worden behandeld door de eeuwen heen tot en met de Renaissance.

  • docent :
    drs. Ina Bertsch
  • dagdeel :
    zondagochtend van 11.15 tot 13.15 uur
  • datum :
    4 maart 2012
  • plaats :
    Museum Catharijneconvent, Lange Nieuwstraat 38, Utrecht
  • kosten :
    € 20,-

Ina Bertsch, studeerde middeleeuws geschiedenis en cultuur in Utrecht. Tijdens de studie bestudeerde en becommentarieerde ze diverse hagiografieën. Ze geeft inmiddels al jaren les bij diverse instituten over haar specialisaties iconografie en middeleeuwse kunst.